Licht meten (metering)

Heb jij dat ook wel eens? Je vertrouwt op de lichtmeter van je camera, maar tóch krijg je een onder- of overbelichte foto. Wat gaat er mis? Misschien wel de manier waarop jij je camera licht laat meten.

Metering methode stel je zelf in

Licht meten heet ook wel metering. De manier waarop je camera het licht meet kun je zelf instellen. De meeste camera’s hebben drie of vier metering methoden:

De metering methoden van Canon camera’s. Let op: andere merken gebruiken andere symbolen, dus raadpleeg eerst de handleiding van jouw camera! Afbeelding: Runner1616 *)
  1. Centrum gewogen meting
  2. Spotmeting
  3. Deelmeting
  4. Matrix-, evaluatieve of meervlaksmeting

De camera ziet grijs

18% grijs

Het licht dat de lichtmeter meet interpreteert de camera als 18% grijs. Dus als je het licht meet op een wit oppervlak, dan komt dat als 18% grijs op de foto. En als je het licht meet op een zwart oppervlak, dan zal dát als 18% grijs op de foto komen.

Testopstelling

Om te laten zien wat de effecten zijn van de verschillende manieren van licht meten heb ik een eenvoudige testopstelling gemaakt van een donker voorwerp in een verder lichte omgeving. Het licht is daglicht door het raam. Alle opnamen zijn gemaakt op ISO 400 en een diafragma van f/5.6. Geen van de foto’s is nabewerkt.

Centrum gewogen meting

Opname met centrum gewogen lichtmeting. Sluitertijd 1/8 seconde.

Bij de centrum gewogen meting wordt ongeveer 75 tot 80% van het beeld in de meting meegenomen, waarbij het centrum het zwaarst meeweegt.

In rood het meetgebied bij centrum gewogen meting

Zo krijg je een meting waarin niet alleen het zwart van het onderwerp is meegenomen, maar ook een flink deel van de lichte omgeving.

Spotmeting

Opname met spotmeting. Sluitertijd 0,6 seconde.

Met spotmeting wordt het resultaat héél anders. De camera meet maar tot ongeveer 3% vanuit het centrum van het beeld:

In rood het meetgebied bij spotmeting

Dat is hier voornamelijk zwart op de zilverkleurige belettering na. Het resultaat is een hele lichte opname, omdat de camera het donkere meetgebiedje als grijs interpreteert.

Deelmeting

Opname bij deelmeting. Sluitertijd 0,4 seconde.

Bij deelmeting is het resultaat een tikje donkerder dan bij spotmeting. De camera meet nu ongeveer 8% vanuit het centrum van het beeld:

In rood het meetgebied bij deelmeting

In het meetgebied zit nog steeds voornamelijk zwart van het onderwerp, maar ook veel meer zilveren details van het onderwerp. De camera ziet dus iets meer licht dan bij spotmeting.

Matrixmeting

Opname bij matrixmeting. Sluitertijd 1/6 seconde.

Deze opname is weer een stuk donkerder en lijkt erg op die met centrum gewogen meting. Bij matrixmeting verdeelt de camera het beeld in 64 vakjes:

In rood het meetgebied bij matrixmeting

Van elk vakje wordt de lichtmeting in het eindresultaat meegenomen: het hele beeld telt mee.

De verschillen bij elkaar

Klik op de afbeelding om hem groter te bekijken.

Wat kun je hiermee?

Het is duidelijk dat in dit voorbeeld de centrum gewogen meting en de matrixmeting grauwe onderbelichte foto’s opleveren. Bij die meetmethoden speelt in deze situatie de lichte omgeving een te grote rol in de lichtmeting.

Met spotmeting en vooral met deelmeting krijgen we hier zelfs zonder nabewerking al een prima foto. In de nabewerking heb je dan nog veel speelruimte om het beeld te perfectioneren.

Ik heb hier natuurlijk bewust voor een moeilijke situatie gekozen: een klein donder voorwerp in een ruime lichte omgeving. In de meeste situaties zullen de matrixmeting en de centrum gewogen meting prima belichte foto’s opleveren. Die eerste is dan ook de standaardinstelling van veel camera’s.


*) By Runner1616 – Own work, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=26685362