Scherptediepte en diafragma

Scherptediepte gaat over diepte in de scherpte. Zo simpel is het. Je camera stelt scherp op een bepaalde afstand. Alles wat zich op die scherpstelafstand bevindt komt scherp op de foto. Alles wat zich op een andere afstand dan de scherpstelafstand bevindt komt misschien scherp op de foto. En daar heb jij als fotograaf veel invloed op. Hoe groter het scherptegebied, hoe meer scherptediepte.

Misverstand

Hiermee hebben we meteen een misverstand uit de weg geruimd. Méér scherptediepte betekent dus méér diepte in de scherpte. De foto bovenaan dit artikel heeft dus juist heel wéinig scherptediepte. Bijna alles wat zich net buiten de scherpstelafstand bevindt is onscherp. Veel mensen associëren het begrip scherptediepte met lekker veel onscherpte. Dat klopt op zich ook, maar meer scherptediepte betekent toch echt meer scherpte in de foto.

Meer onscherpte? Diafragmeren!

De eerste manier om de scherptediepte te beïnvloeden is het vergroten of verkleinen van het diafragma. Bij het maken van een foto gaat de sluiter open en valt er licht door een opening in de lens. Het diafragma regelt hoe groot die lensopening is. Hoe groter het diafragma, hoe meer licht er door de lens valt.

Maar ook: hoe groter het diafragma, hoe minder scherptediepte.

Diafragmawaarden worden aangeduid als f/getallen. De lens die ik voor de drie voorbeeldfoto’s hieronder heb gebruikt heeft diafragmawaarden van f/1.4 tot en met f/22, waarbij f/1.4 de grootste lensopening geeft en f/22 de kleinste. Meer informatie over diafragmawaarden vind je op de Wikipediapagina Diafragmagetal.

Hieronder zie je dezelfde situatie met drie verschillende diafragmawaarden gefotografeerd:

Steeds is scherpgesteld op het metaal van de afvalbak. Die is dus in elke foto scherp. Kijk goed naar wat er met de scherpte in de achtergrond gebeurt naarmate het diafragma kleiner wordt: bij het grootste diafragma (f/1.4) is er veel onscherpte in de achtergrond, bij het kleinste diafragma (f/22) is er juist weinig onscherpte in de achtergrond.

Dus: hoe groter het diafragma, hoe minder scherptediepte

Hoe stel je het diafragma in op je camera?

Steeds meer camera’s hebben de mogelijkheid om het diafragma handmatig in te stellen.

Het Engelse woord voor diafragma is aperture. Vandaar dat de diafragmavoorkeuzestand vaak met A wordt aangeduid.

A / Av: diafragmavoorkeuze; je stelt zelf het diafragma in, de camera doet de rest

M: manuele stand; je stelt zelf diafragma, sluitertijd en ISO-waarde in

De beperkingen van je lens

Bovenstaande foto’s zijn gemaakt met een 50mm-lens. Dat is een standaardlens, waarvan het beeld ongeveer overeenkomt met hoe onze ogen de wereld zien.

De brandpuntsafstand van je lens heeft ook invloed op de scherptediepte:

hoe langer de lens, hoe kleiner de scherptediepte

Als je twee verschillende lenzen instelt op dezelfde diafragmawaarde, bijvoorbeeld f/22, dan zal een langere lens meer onscherpte in de achtergrond geven dan een kortere lens. Dus als je bovenstaande instellingen probeert met bijvoorbeeld een 85mm-lens, zullen de verschillen al kleiner zijn. Probeer je het met een 500mm-lens, dan zul je merken dat alles scherp in je beeld volkomen onmogelijk is.